Toepassingsmogelijkheden van
    kruidachtige planten in de tuin

Op deze bladzijde kunt u vele toepassingsmogelijkheden en gebruik van kruidachtige planten in de tuin vinden.

Eenjarige planten (perkplanten);
Tweejarige planten;
Vaste planten (incl vijverbepalnting);
Bol- en knolgewassen (stengel- en wortelgewassen);

EENJARIGE (SIER)PLANTEN
(perkplanten).

Hoe kunnen we eenjarige planten omschrijven?

Eenjarige planten zijn planten, die gedurende één groeiseizoen vanuit zaad opgroeien, vervolgens bloeien, zaad geven en afsterven!

Funktie of gebruik.

De eenjarige planten kunnen we als volgt gebruiken:

a. in de bloemborder: 1. eenjarige border;
                                      2. gemengde border (samen met twee- of meerjarige planten).

b. in bloembakken: 1. zoals bij a.;
                                   2. staande beplanting;
                                   3. hangende beplanting;
                                   4. een combinattie van 1, 2, 3 en 4.
c als droogbloemen;
d. als snijbloemen;
e. als bodembedekkers;
f. als solitaire planten;
g. als perkplanten (bloembakken);
h. als klim-, lei-, hangplanten;
i. als rotstuinplanten

a. BLOEMBORDER.

Een goed opgebouwde bloemborder laat alle gebruikte planten zien. Door een lagere plant enigszins te 'verstoppen' ontstaat een verrassingseffect die de aandacht trekt om juist die plant te 'willen' zien!
Een bloemborder die van twee kanten te bezichtigen is zal in het midden de hoogsdte planten hebben. De moeten dan het liefst een achtergrond geven aan de rest van de border.
Een bloemborder die van één kant zichtbaar is geven we bij voorkeur een (donkere) achtergrond (bijv. groene heg). Maar ook behalve de heg kan een schuting, muur of heesterborder geschikt zijn als achrtergrond voor de bloemborder.
De border loopt meesttal in een lengterichting, denk er dus aan ook die voorkant(en) (kopse kanten) laag te houden.
 






Een mooie voorjaarskombinatie. De donkere achtergrond met rode bloemen van de Ribes in kontrast met de Doronicum orientalis.

Eisen van de grond voor een bloemborder
Omdat eenjarige planten in één groeiseizoen heel veel prestatie moeten leveren stellen ze vaak speciale eisen aan de grond.
a. goede doorlatende grond;
b. voedingrijke grond;
c. de grond dient voldoende voorraadbemesting (compost) te hebben.

Onderhoud van een bloemborder.
Een border vereist een aantal essentiele handelingen om mooi te blijven gedurende het hele seizoen.
Enkele van deze handelingen zijn:
a. opbinden;
b. wieden;
c. uitgebleoide bloemen verwijderen;
d. scheuren;
e. vorstgevoelige planten afdekken voor de winter;
f. bij 'ontluiken' winterdek weghalen en afgestorven plantedelen verwijderen.

Droogbloemen.
Veel bloemen die gebruikt worden in de bloemsierkunst kunnen we in een borde plaatsen en daaruit snijden.
Om ze juist te bewaren:
a. in volle bloei of in de knop snijden;
b. in donker weghangen;
c. ondersteboven weghangen;
d. op een droge plaats.

Veel worden hiervoor strobloemen gebruikt:
De meest bekende soorten zijn:
a. Helichrysum bractatum 'Monstrosum';
b. Helipterum roseum;
c.     -           manglesii;
d. Statice sinuata;
e. Nigella damascena.

Ook granen worden regelmatig in de bloemsierkunst in droogboeketten gebruikt.
Hier zijn de meest bekende soorten:
a. Zea mais;
b. gerst;
c. gierst;
d. haver;
e. rogge
f. tarwe;
g. boekwiet.

Bekende siergrassen voor een droogboeket:
a. vossestaartje;
b. trilgrassen;
c. kropaar.

Snijbloemen.

Om een goede snijbloem te zijn moet een plant aan de volgende eisen voldoen.
a. rijke bloei;
b. goede (lange) houdbaarheid op water;
c. stevige, rechte, lange stengel.

Enkele soorten die als snijbloem te gebruiken zijn:
a. Anthirrinum majus
b. Callistephus sinensis
c. Chrysanthemum carinatum
d. Chrysanthemum segetum
e. Matthiola incana
f. Penstemon hybr.
g. Zinnia elegans

Bodembedekkers
Hiervoor zijn de meeste lager blijvende perkplanten geschikt; met onder de heesters de schaduwplanten en op de voorgrond de zonminnende planten.

Solitairs
Een plant (of groep) noemen we een solitair wanneer deze de aandacht trekt; meestal door boven de andere planten uit te groeien. In veel gevallen tevens door een contrasterende kleur, habitus of blad(grootte).

Als solitairplant is te gebruiken:
a. Amaranthus caudatus
b. Amaranthus hypochondriacus 'Pigmy Torch'
c. Cleome spinosa
d. Chrysanthemum frutescens
e. Kochia scoparius
f. Nicotiana alata
g. Ricinus communis
h. Verbena rigida
 

Perkplanten.

Veel van in ons land gebruikte éénjarige planten zijn eigenlijk meerjarige planten, welke echter onze winters niet kunnen overleven. Zo kan de Ricinus in tropische gebieden uitgroeien tot een echte houtige boom van wel 30 meter, maar in ons land zal de grootte hooguit 3 meter bedragen.

De eisen die aan een perkplant gesteld moeten worden zijn:
1. rijke bloei
2. langdurige bloei
3. weersbestendig
4. ziektevrij
5. laag tot middelhoog

Enkele bekende en veel gebruikte perkplanten zijn:

1. Anthirrhinum majus
2. Cleome spinosissima
3. Fuchsia
4. Lobelia erinus
5. Matthiola incana
6. Penstemon hybr.
7. Salvia div. soorten
8. Sanvitalia procumbens
9. Penstemon hybr.
10. Begonia semperflorens

Klim- lei- en hangplanten.

Bekende éénjarige klim- of leiplanten zijn:

1. Cobaea scandens
2. Convolvulus tricolor
3. Humulus jap.
4. Ipomaea jap.
5. Lathyrus odoratus

Bekende éénjarige hangplanten zijn:

1. Lobelia erinus
2. Fuchsia hybr.
3. Pelargonium peltatum
4.Tropaeolum div. var.

Rotstuin.
Voor de rotstuin gebruiken we over het algemeen de lager blijvende éénjarig planten zoals:


1. Dorotheanthus bellidiformis
2. Gazania splendens
3. Iberis umbellata
4. Mesembryanthemum christallinum
5. Portulaca grandiflora

Eénjarige (perk)planten kunnen vermeerderd worden door:
a. zaad (95 %)
b. stek (vooral bij meerjarige planten gekweekt als éénjarige (perk)plant)

Eénjarige planten welke uitsluitend uit stek gekweekt worden:
 

1. Chrysanthemum frutescens
2. Fuchsia hybr.
3. Mesembryanthemum chrystallinum
4. Pelargonium peltatum
5. Pelargonium zonale

Eénjarige planten welke uit zaad vermeerderd worden:
 

1. Ageratum houstonianum
2. Begonia
3. Calceoloaria
4. Cuphea ignea
5. Heliotropium
6. Impatiens
7. Pelargoniuw zonale
8. Penstemon hybr.
9. Salvia splendens
10. Senecio cineraria.


 

TWEEJARIGE PLANTEN

Defenitie:
Tweejarige planten zijn planten , die gedurende het eerste groeiseizoen worden gezaaid; overwinteren meestal bovengronds met een bladrozet, om vervolgens in het voorjaar weer verder te groeien, bloem en zaad te geven en vervolgens af te sterven.

Tweejarige planten worden vrijwel op dezelfde wijze gebruikt en verhandelt als éénjarige planten.
 
 
Snijbloemen

Solitairs
1. Anthemis St. Johannis
2. Campanula medium
3. Dianthus barbatus
4. Digitalis purpureus
5. Hesperis matronalis
6. Ipomopsis rubra (syn Gillia)
7. Penstemon hybr.

1 Althea rosea
2. Campanula medium
3. Digitalis purpureus
4. Dipsacus sylvestris
5. Hesperis matronalis
6. Lunaria annua
7. Oenothera biennis
8. Onopordon acanthium 
9. Silybum marianum
10. Penstemon hybr.
11. Verbascum densiflorum

 

VASTE PLANTEN

Defenitie:
Vaste planten, zijn planten ide elk jaar weer opnieuw uitlopen, groeien, bloeien, (meestal) zaad geven en (meestal) bovengronds afsterven.
(Er zijn ook bladhoudende vaste planten).

Funktie en gebruik:

a. bloemborder
b. bloemvakken
c. bloembakken
d. haagjes
e. bodembedekkers
f. solitair
g. snijbloemen
h. droogbloemen
i. kruiden (keuken- of 
                     geneeskr.-)
j. lei-,klim-, hangplanten
k. gazon



Indeling van vaste planten:
 
a. siergrassen
b. gazongrassen
c. varens
d. kruiden
e. waterplanten
f. moerasplanten
g. overige vaste planten.



Bloemborder.
Een bloemborder kan bestaan uit:
- een gemengde border (meerdere soorten planten heester-perkpl. - vasteplanten bijv)
- uitsluitend vaste plantenborder.

Uiteraard dient er rekening gehouden te worden met de ligging van de border: zon of schaduw; en met de grondsoort; de vochtigheidstoestand en de (hoeveelheid) wind.

Bloemvakken.
In veel gevallen zal een bloemvak van vaste planten een vrij vlakke horizontale opbouw hebben met mogelijk daarin gebruik van solitairs als accentuering in het vertikale vlak.

Bloembakken.
De opbouw van een bloembak kan ook weer uit gemengde beplanting bestaan dan wel uit enkel vaste planten; de vertikale opbouw van de bloembak wordt bepaald door de standplaats.

Haagjes.
De meeste haagjes worden gevormd door als vaste planten gekweekte en verhandelde 'halfheesters'.  Dit zijn eigenlijk (meest laagblijvende) heesters welke echter vaak enigszins invriezen. Het verdient aanbeveling deze soorten elk jaar te snoeien na de winter.
Soorten van deze 'vaste planten' voor gebruik van haagjes:
 


a. Lavandula
b. Santolina
c. Oenothera
d. Rosmarinus
e. Teucrium
f. Nepeta


Bodembedekkers.
Dit zijn lage, meest kruipende vaste planten welke worden toegepast om een 'kruidenlaag' te vormen als afdekking van de bodem tussen de heesters, onder bomen of in de vasteplantenborder.
Het gebuik van bodembedekkende vaste palnten kan het onderhoud aan een tuin aanzienlijk verminderen!

Lijst van bodembedekkende vaste planten:
 
Acaena
Ajuga
Asarum
Campanula 
          portenschlagiana
Cerastium
Cotula
Duchesnia
Fragaria vesca
Galium odoratum
Lamiatrum
Lamium
Lysimachia nummularia
Pachysandra terminalis
Polygonum affine
Prunella grandiflora 
Saxifraga
Sedum (div soorten)
Thymus (div. soorten)
Tiarella cordifolia
Vinca minor
Waldsteinia



Solitair.
Hiervoor zijn te gebruiken:
a. siergrassen
b. varens
d. gewone vaste planten.

Lijst van solitair te gebruiken gewone vaste planten
 


a. Acanthus
b. Aruncus
c. Cortaderia
d. Fuchsia
e. Gunnera (erg groot!!)
f. Heliotrichon
g. Ligularia (div. srt)
h. Osmunda
i. Paeonia
j. Rodgersia
k. Yucca.
l. Eryngium
m.Delphinium
n. Kniphofia
o. Verbascum
p. Liatris
q. Sidalcea
r. Lythrum
s. Astilbe
t. Dicentra
u. Hemerocallis

Ook is het gerbuik van een groepje (hogere) vaste planten bij elkaar als solitair(groep) te gebruiken.

Snijbloemen.
Vaste planten voor het gebruik van snijbloemen.
De eisen waaraan een vaste plant moet voldoen om een goede snijbloem te geven zijn de zelfde als die voor de éénjarige planten.
 
a. Chrysanthemum
b. Liatris
c. Lupinus
d. Phlox paniculata
e. Delphinium
f. Alstroemeria
g. Asclepias
h. Lythrum
i. Iris
j. Heliopsis
k. Rudbeckia
l. Monarda
m. Helianthus
n. Solidago
o. Kniphofia
p. Aster
q. Erigeron
r. Aquilegia
s. Physostegia
t. Campanula
u. Lathyrus latifolius



Droogbloemen.
Eigenlijk een verkeerd woordgebruik. Het zijn niet de echte 'droogbloemen' maar opgedroogde of uitgebloeide bloemen of de vrachten ervan die als zodanig in de bloemsierkunst gebruikt kunnen worden.
Veelal dienen de planten op een donkere plaats gedroogd te worden om de kleuren te behouden. De beste manier is om ze ge
a. Achillea
b. Eryngium
c.Physalis
d. Anaphalis
e. Leontopodium
f. Verbascum 
g. siergrassen
h. Dictamnus
i. Varenbladeren
j. Acanthus
k. Iris foetidissima
l. Pulsatilla vulgaris
m. Ligularia
n. Liatris
o. Sedum
p. Physostegia
q. Gunnera
r. Cimicifuga
s. Lavandula
t. Chelone obliqua
u Limonium
v. Papaver orientale
w. Humulus lupulus
x. Heliantus annuus



Siergrassen.
Veel van deze soorten vragen een droge warme standplaats.
Tegenwoordig veel gebruikt in zogenaamde grindtuinen.


a. Arrhenaterum bulb.
                   'Variegatum'
b. Festuca
c. Helictotrichon semp.
d. Alepecurus pratensis
e. Cortaderia
f. Holcus
g. Pennisetum
h. Monilla
i. Luzula
j. Elymus
k. Pseudosasa
l Phalaris

Kruiden.
Omdat geneeskrachtige kruiden geen eigenlijke plaats innemen bij de tuinaaleg zullen we daar hier niet verder op ingaan. Wel is het zo dat veel keukenkruiden ook mogelijk geneeskrachtig zijn en dat meerder planten die een plaats in de tuin innemen een geneeskrachtige werking kunnen hebben.
Hieronder volgt een opsomming van de meest gebruikte keukenkruiden.
 1. Artimisia absinthium
 2. Artimissia abrotanum
 3. Artimissia dracunculus
 4.Satureia montana
 5. Allium schonoprasum
 6. Hysopus officinalis
 7. Mentha crispa
 8. Mentha peperita
 9. Asperula odorata
10. Lavandula angustifolia
alsem
citroenkruid
dragon
bonekruid
bieslook
hysop
kruizemunt
pepermunt
lieve-vrouwe-bedstro
lavendel
11. Levisticum officinale
12. Origanum marjoranum
13. Armoratia rusticana
14. Sanguisorba minor
15. Rosmarinus officinalis
16. Salvia officinalis
17. Thymus vulgaris
18. Rumex acetosa
19. Ruta graveolens
20. Melisse officinalis
maggiplant
marjolein
mierikswortel
kleine pimpernel
rozemarijn
salie
keukentijm
bladzuring
wijnruit
citroenmelisse

Klim- en hangplanten.
Klimplanten welke elk jaar terugkomen na in de winter bovengronds geheel afgestorven te zijn, zijn:
a. Lathyrus latifolius
b. Humulus lupulus.

Als hangplanten kunnen we de volgende soorten gebruiken:
a. Gypsophila
b. Alchemilla mollis
c. Campanula portenschlagiana
d. Cerastium
e. Saponaria ocymoides
f. Thymus
g. Nepeta
 
 

Gazongrassen.
Aangezien de aanleg van een gazon en de te gebruiken gazongrassoorten elders besproken zullen worden in de sit zullen we er op deze plaats niet verder op ingaan.

Varens.
Varens zijn over het algemeen liefhebbers van schaduwrijke min of meer vochtige milieu's. (we behandelen hier alleen de grondvarens. Steen- of muurvarens vereisen zo'n speciale en specifieke groeiwijze en behandeling dat we die hier verder buiten beschouwing laten.
 

a. Blechnum spicant
b. Polypodum vulgare 
c. Osmunda regalis
d. Matteucia struthiopteris
e. Dryopteris felix mas
f. Athyrium felix femina
dubbelloof
eikvaren
koningsvaren
trechtervaren
mannetjesvaren
vrouwtjesvaren

Overige belangrijke informatie over vaste planten

A. specifieke schaduwplanten.
vele van deze planten kunnen wellicht ook wel op een meer zonnige plaats staan, maar dan moet de grond wel goed vochthoudend zijn. Toch zullen de planten dan nog waarschijnlijk niet de schoonheid geven dan bij een standplaats in de zon.
De meeste 'schaduwplanten' zijn van oorsprong bosplanten. Zij groeien onder bomen en geven hun bloei in veel gevallen in het vroege voorjaar. Dit vindt de oorzaak in de situatie dat de bomen dan nog niet volledig in het blad zitten en het (zon)licht nog tot aan de bodem toe kan doordringen. meerdere van de schaduwplanten zullen na de bloei in rust gaan en bovengronds mogelijk nog voor de zomer weer afsterven.
 
Ajuga
Aconitum (giftig!!)
Anemone
Aquilegia
Aruncus
Asperula
Astilbe
Bergenia
Brunnera
Corydalis
Doronicum
Dicentra
Dodecatheon
Euphorbia
Helleborus
Hosta
Incarvillea
Lamium
Lupinus
Pachysandra
Polygonum
Pimula 
Pulsatilla
Vinca

B. Groenblijvende vaste planten.
Deze planten zullen gedurende de wintermaanden hun blad (gedeeltelijk) behouden en zijn belangrijk om de tuin ook in die tijd van het jaar enige kleur te geven.
 
Ajuga
Arabis
Armeria
Aubrieta
Bergenia
Cerastium
Dianthus
Draba
Festuca
Heuchera
Helianthemum
Iberis
Lamium
Pachysandra
Phlox subbulata
Sagina
Saxifraga
Sedum
Sempervivum
Stachys olympica
Thymus
Vinca
Viscaria
Yucca

C. Woekerende vaste planten
Deze planten hebben de neiging zo sterk uit te groeien dat ze de andere planten zullen gaan verdringen. In een vaste plantenborder is de aanplant van deze soorten niet direct aan te bevelen. Het verdient de voorkeur deze soorten daar aan te planten waar ze de kans krijgen uit te groeien en zo tot hun 'recht' kunnen komen. Natuurlijk kunnen er ook maatregelen genomen worden om te pogen het woekeren binnen de perken tehouden zoals planten in weggegraven (plastic) kuipen en emmers of betonbakken.
Enkele van de meest bekende soorten die de neiging tot woekeren hebben zijn:
 

a. Physalis
b. Macleaya
c. Saponaria officinalis
d. Helianthus superbus
e. Humulus lupus 
f. Achillea ptarmica
g Artemissia
h. Anaphalis
i. Campanula glomorata
j. Arundinaria
k. Pseudosasa
l. Lysimachia punctata


WATER- EN MOERASPLANTEN.

DEFENITIES:
Waterplanten zijn sterk vochtminnende vaste planten
Moerasplanten hebben ook deze neiging maar hebben een groeiplaats op de overgang van water en land.

Water- en moerasplanten kunnen we als volgt indelen:
a. Op het water drijvende planten
b. ondergedoken planten (in het water drijvend)
c. in de bodem wortelend, boven water uitgroeiend
d. in de bodem wortelend en op het water drijvend.
e. moerasplanten

A. Op het water drijvende planten.
 
Lemna gibba
Ranunculus aquatica
Hottonia palustris
Stratiotes aloides
eendenkroos
waterranonkel
waterviolier
krabbescheer



B. Ondergedoken.
 Elodea canadensis              waterpest.

C. in de bodem wortelend, boven water uitgroeiend
Butomus umbalatus            zwanebloem
Iris pseudoacorus                  gele lis
Phragmitis communis          riet
Pontoderia cordata                snoekkruid
Sagittaria sagittifolia             pijlkruid
Typha                                      lisdodde

D. in het water wortelende drijvend en boven het water uitgroeiend.
Nymphea alba                        waterleie
Nymphea hybr.                      waterlelie
Nuphar luteum                      gele plomp
Nymphoides                           watergentiaan

E. Moerasplanten
 
Butomis umbellatus
Calla palustris
Caltha palustris
Iris pseudoacorus
Mimulus luteus
zwanebloem
slangenwortel
dotterbloem
gele lis
maskerbloem
Myosotis scorpioides
Phragmitis communis
Typha
Lysimachia 
               nummularia
Ajuga reptans
vergeet-mij-nietje
riet
lisdodde
kruipend 
               penningkruid
zenegroen

Funkties van waterplanten.
waterplanten hebben meerdere belangrijke funkties:
a. ze leveren zuurstof aan het water
b. ze bieden een schuilplaats aan in het water levende dieren
c. ze geven voedsel aan de in het water levenden dieren
d. in de vijver vervullen ze een belangrijke decoratieve funktie
e. ze zorgen mede voor een juist biologisch evenwicht in het water

De Elodea canadensis is de meest zuurstof leverende waterplant.

Planttijd voor waterplanten.
Vanaf half mei tot juli is de beste planttijd voor waterplanten.
 
 

STENGEL- EN WORTELGEWASSEN
(bol- en knolgewassen)
(ZIE OOK INFORMATIE OP PAGINA 6)

Stengelgewassen:
knol bol wortelstok

bol



wortelstok



Defenitie van een bol:
Een bol is een verdikt stengeldeel (bolschijf), waarop bladachtige organen zijn ingeplant (rokken of schubben) met middenin veilig beschermd de jonge (bloem)knop.

Defenitie van een knol:
Een knol is een massieve verdikt onderaards stengeldeel, met de (jonge) knoppen aan de buitenkant.

Defenitie van een wortelstok:
Een wortelstok is een gelede onderaardse stengel. Dit kan zijn kort of lang geleed.

Planten met een wortelstok zijn:
Convollaria            lelietje-der-dalen
Canna indica         Indisch bloemriet.

Voorbeelden van planten met een verdikte bijwortel zijn:
Dahlia
Alstroemeria

INDELING VAN STENGEL- EN WORTELGEWASSEN.


A. Perkbeplanting 
B. Borderbeplanting
C. Verwildering
D. Rotstuinbeplanting
E. Bloembakken
F. Solitaire planten
G. Snijbloemen
H. Kamerkultuur
I. Droogbloemen

In de verhandeling van bop- en knolgewassen wordt er gesproken over HOOFDBOLGEWASSEN en BIJGOEDGEWASSEN.

onder hoofdbolgewassen verstaan we de volgende geslachten:

1. Tulipa
2. Hyacinthus
3. Narcissus



Alle andere bol- en knolgewassen zijn de zgn. "bijgoedgewassen"

INDELING VAN HET GESLACHT TULIPA.
(in de volgorde van bloeitijd)

Tulpen planten we tussen oktober en december. Ze vragen een voedzame goed doorlatende grond. We kunnen tulpen op verschillende manieren planten. Er zijn speciale bolplantschopjes in de handel verkrijgbaar. Voor grotere groepen gaan we echter anders te werk. Hier graven we de grond voor een bovenlaag af; ongeveer 8 tot 10 cm. Vervolgens strooien we de bollen uit. Het is wel verstandig om de tulpenbollen met de 'neuzen' (de punten van de bol) naar boven te plaatsen en een beetje aan te drukken. Afhankelijk van de soort houden we een plantafstand van 10-15 cm. aan. Daarna dekken we de bollen weer toe met de verwijderde grond.
Omdat tulpen geheel winterhard zijn is verder afdekking niet nodig.
 
vroeg enkele vroege tulp
dubbele vroege tulp


middelvroeg Mendell-tulpen
Triumph-tulpen
Darwin-tulpen
Papagaai- of parkiettulpen


laat Darwinhybride tulpen
Enkele late (of cottage)tulpen
dubbele late tulpen
leliebloemige tulpen


De vroegst bloeiende tulpen hebben de kortste en de laatbloeiende tulpen de langste stelen.

Botanische tulpen:
T. kaufmanniana
T. greigii
T. praestens fusilier
T. fosteriana
T. tarda
T. pulchella
T. turkestanica




Opmerking:
Over het algemeen bloeien de botanische tulpen vroeger dan de hybride-vormen. Hierop wordt echter één uitzonderiong gevormd door de Tulipa fosteriana, die is langstelig en laatbloeiend.

In de bloemisterij worden al in de winter bloeiende tulpen in bakjes aangeboden. Ook zijn verschillende soorten tulpen erg gewild als snijbloem.

INDELING VAN HET GESLACHT NARCISSUS
 
 
Trompetnarcissen

Grootkronige narcissen

Kleinkronige narcissen

Tros narcissen Meerdere bloemen per stengel: 
1. enkelbloemig 
2. dubbelbloemig

Dubbelbloemige narcissen dit zijn allemaal hybr. vormen
Botanische of miniatuur narcissen 1. Narcissus triandus
2. Narcissus cyclameus
3. Narcissus jonquilla

Over het algemeen bloeien de botanische narcissen eerder dan de hybride-vormen.

Narcissen kunnen jaren op dezelfde plaats blijven staan. Ze kunnen zich sterk vermeerderen. Wel eisen ze een voedzame matig vochtige grond. De soorten zijn uitermate geschikt voor verwildering. Om te zorgen voor elk jaar terugkeren van de narcissen is het van het grootste belang om de planten na de bloei met rust te laten en de bladeren geheel te laten afsterven voor ze te verwijderen!

Plant narcissen, zoals alle bolgewassen voor verwildering NOOIT  in het gazon dat regelmatig gemaaid wordt. Dit geeft altijd problemen bij het onderhoud. Maait men te vroeg het narcissusblad dan zal de bloei sterk teruglopen en zullen de planten na verloop van jaren verdwijnen; laat men het blad staan tot het afsterft dan vormen de plekken gedurende weken een weinig aantrekkelijk beeld van het gazon en zullen er na het afsterven en afmaaien lelijke plekken in het gazon achterblijven die vrijwel altijd zichtbaar blijven.
Het is veel beter om de bolgewassen voor verwildering (voorin) de heesterborder te plaatsen of in grote groepen op speciale open plekken tussen de heesters. Deze open plekken kunnen na afsterven van de narcissusbladeren begroeid worden met vaste planten voor verwildering. Hoewel de narcissen dus geschikt zijn voor verwildering onder en tussen de heesters moet men wel denken aan voldoende (zon)licht en voeding anders zal de soort snel verdwijnen.
Narcissen in de direkte omgeving van bijv. een ligusterhaag welke veel voeding wegneemt zullen al spoedig terulopen en zelfs verdwijnen door voedselgebrek.

We kunnen de bollen planten dmv. een plantschopje of voor grotere groepen zoals omschreven bij de tulpen door het afgraven van een laagje grond. De plantdiepte zal variëren naar gelang van de bolgrootte afhankelijk van de soort tussen de 8 en 15 cm. de beste planttijd ligt tussen september en eind november.
Hoewel narcissen niet altijd geheel winterhard kunnen zijn is  afdekken voor de meeste soorten niet echt een verieste. Zeker wanneer de bollen op goeddoorlatende grond worden geplant tussen en onder de heesters waar het afgevallen blad ook weer bescherming biedt zal er weinig kunnen gebeuren.

Een aantal narcissusvariëteiten zijn geschikt voor het gebruik in de huiskamer (Kamercultuur) en worden als zodanig via de bloemisterij vaak aangeboden.

Daarnaast is ook de narcis een erg gewilde snijbloem.

Er zijn een aantal heerlijk geurende soorten en variëteiten.
 

BESCHRIJVING VAN HET GESLACHT HYACINTHUS.

De hyacinten zijn grote bollen, die geplant worden van oktober tot en met december geplant op een diepte van ongeveer 10 cm. en met een afstand van 15 cm. Hyacinten stellen niet erg hoge eisen aan de grond maar vragen wel een goed doorlatende standplaats. Een te natte plaats zal de bollen snel laten rotten.
De hyacint zal elk jaar weer een kleinere bloemtros geven wanneer hij jaren achter elkaar op dezelfde plaats in de grond blijft staan. Door de bloemtrossen direkt na de bloei te verwijderen en de bol op te nemen wanneer het bald vergeeld is om vervolgens de bol te drogen en droog te bewaren tot de nieuwe planttijd kan dit enigszins voorkomen worden.
Voor de bollen voor de tuin is het raadzaam om niet de grootste maten te kiezen, die zijn beter geschikt voor kamercultuur. voor de tuin kiezen we de 14/15.
Nemen we een te grote maat dan vormen zich zware bloemtrossen die al gauw zullen omvallen door wind of regen. Daarbij is de prijs van een kleiner maat veel lager.
Hyacinten kunnen gevoelig zijn voor vorst, zeker op de meer natere plaatsen. Enige winterdekking kan noodzakelijk zijn. Wees erop verdacht dat turfmolm GEEN GOEDE winterdekking of bescherming biedt! Turfmolm kan enorme hoeveelheden water absorberen die vervolgens zullen bevriezen. Beter is om te kiezen voor een laag blad.
Nadeel van hyacinten in bloei is dat de bloemtrossen vaak omvallen door wind of regen. Maar de heerlijke geur en prachtige kleuren kunnen weer veel goed maken.

INDELING VAN HET GESLACHT DAHLIA.

Gevuldbloemige Dahlia's
Dekoratieve dahlia's
Semi-cactus dahlia's
Cactus dahlia's
Pom-pon dahlia's
bloemblaadjes vlak
bloembl. vlak en opgerold
bloembl. opgerold
kogelronde bloem



Enkelbloemige Dahlia's



Mignon dahlia's
Top-mix

gelijk aan de Mignon alleen in alle delen kleiner.


Halfgevulde Dahlia's


Halskraag- of Collarette 
                                       Dahlia's
Annemoonbloemige Dahlia's



Dahlia's hebben knollen. Dit zijn eigenlijk dus verdikte ondergrondse stengeldelen. de verdikking ontstaat door de opslag van voedsel voor de hergroei na de rustperiode. Onder aan de stengel tegen de knol zitten ogen (knoppen). Let er daarom goed op dat bij het oprooien en opslaan van de knollen altijd een stukje steel aanwezig blijft zodat er knoppen blijven voor het volgende voorjaar.
Dahlia's kunnen worden gestekt. Men doet dit het beste door een stek met 'hieltje' te maken. Dwz. met de stek wordt een stukje van de stengel meegesneden.
Ook zijn Dahia's vrij eenvoudig te zaaien en deze vorm van vermeerderen wordt tegenwoordig het meest toegepast. Gezaaide Dahlia's worden ook vaak als eenjarige perkplanten aangeboden.
Dahlia's komen van oorsprong uit Mexico en zijn erg vorstgevoelig. Daar dient men ze na de winter te planten en direct na de eerste nachtvorst wanneer het loof bevroren is op te rooien; te drogen en droog en vorstvrij op te slaan. Ook worden dahlia's wel 'opgekuild'; ze dienen dan wel minimaal 40 cm. diep in de grond weggegraven te worden.
Meestal worden Dahlia's enige weken voor het planten (na half mei - ijsheiligen!!!!) voorgetrokken in kistjes met vochtig turfmolm.
Zeker de hogere soorten hebben al gauw toch wel ondersteuning nodig.
Helaas zijn Dahlia's voor nogal veel aantastingen gevoelig. Vooral oorwormen kunnen schade torichten door aan de bloemen te vreten. Omgekeerde bloempotjes gevuld met houtwol kunnen dienst doen als vangpotten voor oorwormen. 's Morgens de potten opnemen en de oorwormen er uit schudden en elders waar ze geen kwaad kunnen weer loslaten.
Ook zijn de knollen voor diverse (bodem)schimmels vatbaar.
Er zijn haast overal wel verenigingen die zich toeleggen op het kweken van deze prachtige bloemen en er wedstrijden en corso's mee organiseren.

DE GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN VAN BOL- EN KNOLGEWASSEN.

A. Perkbeplanting.

Perken kan men inplanten met verschillende soorten bolgewassen.
alle drie de hoofdbolgewassen; tulpen, hyacinten en narcissen zijn uitermate geschikt voor perkbeplanting.
Ook kunnen we hiervoor gebruiken:
 

1. Fritilaria imperialis
2. Scilla hispanica
3. Scilla sibirica
4. Muscari botryoides
5. Lylium (alle soorten)
6. Freesia
 7. Canna 
 8. Begonia
 9. Allium
10. Acidanthera
11. Galtonia
12. Crocus

B. Borderbeplanting.
 
We onderscheiden:
a. uitsluitend 
                  bloembollenborder
b. gemengde border


De onder a genoemde border zal alleen uit bloembollen bestaan; terwijl de onder b. genoemde 'gemengde border' een combinatie van (meestal) vaste planten met bloemballen bevat. Dit is een meer natuurlijke standplaats van bloembollen en zal daarom ook verreweg de mooiste standplaats zijn.

C. Verwildering.

Voor verwildering worden over het algemeen de lagere soorten gebruikt. Echter ook de wat hogere soorten, welke enigszins meer schaduw verdragen komen voor verwildering in aanmerking.

Hier volgen een aantal van de meest gebruikte soorten:
 
1. Allium (alle soorten
2. Annemone
3. Camassia
4. Chinodoxa
5. Erythronium
6. Crocus
7. Eranthis
8. Frittilaria
9. Galanthus
10. Colchicum 
11. Leucojum
12. Muscari
13. Narcissus
14. Ornithogalum
15. Oxalis
16. Puschkinia
17. Scilla
18. Tulipa (botanische 
                                   soorten) 
19. Cyclamen neapolitatum


D. Rotstuin.
Voor het gebruik van bolgewassen in de rotstuin kunnen we vrijwel alle bolgewassen gebruiken, maar zeker de lagere bijgoedgewassen zijn in het bijder geschikt voor het gebruik in de rotstuin.

E. Bloembakken.
We kennen twee manieren om een bloembak opt e bouwen:
1. monotone beplanting  - bestaande uit één soort, deze vorm wordt in de (kleine) particuliere tuin weinig toegepast.
2. gemengde beplanting. - verreweg de meest gebruikte vorm.

Men dient er bij het gebruik van bolgewassen in bloembakken buiten aan te denken dat niet (geheel) winterharde soorten afgedekt zullen moeten worden. Een ander mogelijkheid is de bollen in bijv. een kas voor te trekken en ze na de vorst buiten in de bloembakken uit te planten.

F. Solitaire planten.
Ook bij de bolgewassen zijn er soorten die als solitair gebruikt kunnen worden. In bijv. een bollenborder, of in een bloembak.
Hiervoor gebruiken we de wat hogere soorten zoals:
 

Acidanthera
Eucomis
Allium
Alstroemeria
Canna
Dahlia
Eremurus
Frittillaria imperialis
Galtonia
Gladiolus
Lilium
Narcissus

G. Snijbloemen.
Van de bol- en knolgewassen zijn er vele soorten die als snijbloem gekweekt worden. Hier volgen een aantal van de meest gebruikte soorten:
Tulipa
Hyacinthus (zelden)
Narcissus
Acidanthera
Allium
Annemone
 Hyppiastrum (amaryllis)
Monbretia
Dahlia
Freesia
Galtonia
Gladiolus
Gloriosa
Amaryllis
Iris hollandica
Ixia
Ixiolirion
Leucojum
Lilium
Muscari (zelden)
Ranunculus
Scilla (zelden)
Sparaxis
Triteleia
Tigridia
Crocosmia


H. Kamerkultuur.
Voor kamerkultuur kunnen we in principe alle hoofdbolgewassen gebruiken, maar dan wel de soorten met de kortere stelen.

Ook van de bijgoedgewassen zijn er een aantal die geschikt zijn voor kamerkultuur:


Crocus
Hyppeastrum
Colchicum
Sprekelia
Muscari
Freesia
Sparaxis
Canna
Begonia
Gloriosa

I. Droogbloemen.
De bloeiwijze van Allium en Eremurus worden wel eens gedroogd en in de bloemsierkunst gebruikt.
 


OVERZICHT VAN BOL- EN KNOLGEWASSEN.

SOORT
PLANTTIJD
PLANTDIEPTE
in cm.
AFSTAND
in cm.
BLOEITIJD
OPMERKING.
Acidanthera apr. - mei  8 10 sept - okt border; snijbloem
Allium okt. - nov. 7 - 8  10 mei - juni verwildering; rotst; kamerc. 
Annemone okt - nov.
febr. - mrt.
5 - 7 10 apr. - juni snijbloem; verwildering
Begonia (knol) mei - juni kluit 20 - 25 juni - okt vakken; rand; border; kamerc.
Canna juni kluit 60 - 75 juli - okt. vakken; border; bloembak
Chionodoxa sept. - okt. 5 - 7 6 -8  maart verwildering; rotst; bloembak
Colchicum aug. 10 -15 10 - 20 sept.  verw.; rotstuin; kamerc. (droogbl)
Crocus sept. - nov. 5 - 8 6 - 7 maart verw.; rotst.; border; kamerc.
Camassia okt. - nov. 5 - 8 6 - 7 febr. - mrt verw.; rotst.
Crocosmia april 5 7 - 10 sept. border; perken; snijbloem
Dahlia knol: eind april
stek: half mei
6 - 8 25 - 80 juli - okt. border; snijbl. vakken
Eranthis sept. 5 - 6 7 - 10 febr. - mrt verw. rotst.
Eremurus sept. - okt. 5 - 7 40 - 50 mei - juli border; snijbl.
Freesia apr. - mei 7 7 juli - okt. snijbl.; border
Fritillaria imperialis sept. 15 25 apr. - mei kleine groepjes; kamerc.
Fritillaria meleagris sept. 8 10 apr - mei verw.; rotst.; kamerc.
Galanthus sept. - okt 6 - 8 5 - 7 jan - febr verw.; rotst.; kamerc.
Galtonia apr; 
juli - aug
10
10
15
15
aug - sept
juli
groepjes; onderbepl.
Gladiolus mrt. - mei 7 10 juni - sept. snijbloem; border
Hyacinthus okt. - nov. 15 12 april vakken; randen; kamerc.; bloemb.
Iris  okt. 7 - 8 12 mei - juni snijbl.; border; rottst.; kamerc.
Ixia sept. - okt 6 -8  mrt - april border; snijbloem
Leucojum vernum sept. - okt. 6 - 8 8 -10  mrt - april verwildering
Lilium sept. -nov. 12 - 15 20 juli - aug border; snijbloem; kamerc.
Muscaria okt. 7 7 apr. - mei rotst.; verw.; kamerc.; snijbloem
Narcissus okt. 15 15 april verw.; snijbl.; bloemb.; kamerc.
Ornithgalum umb. okt. 8 6 - 8  apr. - mei verwildering
Oxalis mrt - mei 6 8 - 10 mei randen; rotstuin
Ranunculus nov. (of mrt) 4 6 apr-mei/mei juni border; rand; bloemb. snijbl.
Pushkinia sept. -okt. 6 6 apr. - mei verw,; rotst.; randen
Scilla (div. srt) sept. -okt 8 5 - 10 mrt - mei verw.; bloemb.; kamerc.
Sparaxis okt.-nov./apr. 6 - 7 10 - 12 juni border; snijbl.
Tulipa okt. - dec 8 10 - 15 mrt - mei border; vakken; verw.; snijbl.; kamerc.

Plantafstanden.
Klik hier.
 


TEKEN GASTENBOEK
BEKIJK GASTENBOEK


 
home
naar: plantengalerie volgende pagina

naar: vermeerderen houtige gewassen
vorige pagina