Op deze bladzijde kunt u vele toepassingsmogelijkheden en gebruik van kruidachtige planten in de tuin vinden.
Eenjarige planten (perkplanten);
Tweejarige planten;
Vaste planten (incl vijverbepalnting);
Bol- en knolgewassen (stengel- en wortelgewassen);
EENJARIGE (SIER)PLANTEN
(perkplanten).
Hoe kunnen we eenjarige planten omschrijven?
Eenjarige planten zijn planten, die gedurende één groeiseizoen vanuit zaad opgroeien, vervolgens bloeien, zaad geven en afsterven!
Funktie of gebruik.
De eenjarige planten kunnen we als volgt gebruiken:
a. in de bloemborder: 1. eenjarige border;
2. gemengde border (samen met twee- of meerjarige planten).
b. in bloembakken: 1. zoals bij a.;
2. staande beplanting;
3. hangende beplanting;
4. een combinattie van 1, 2, 3 en 4.
c als droogbloemen;
d. als snijbloemen;
e. als bodembedekkers;
f. als solitaire planten;
g. als perkplanten (bloembakken);
h. als klim-, lei-, hangplanten;
i. als rotstuinplanten
a. BLOEMBORDER.
Een goed opgebouwde bloemborder laat alle gebruikte planten zien.
Door
een lagere plant enigszins te 'verstoppen' ontstaat een
verrassingseffect
die de aandacht trekt om juist die plant te 'willen' zien!
Een bloemborder die van twee kanten te bezichtigen is zal in het midden
de hoogsdte planten hebben. De moeten dan het liefst een achtergrond
geven
aan de rest van de border.
Een bloemborder die van één kant zichtbaar is geven we
bij voorkeur een (donkere) achtergrond (bijv. groene heg). Maar ook
behalve
de heg kan een schuting, muur of heesterborder geschikt zijn als
achrtergrond
voor de bloemborder.
De border loopt meesttal in een lengterichting, denk er dus aan ook
die voorkant(en) (kopse kanten) laag te houden.
![]() |
||||
| Een mooie voorjaarskombinatie. De donkere achtergrond met rode bloemen van de Ribes in kontrast met de Doronicum orientalis. |
Eisen van de grond voor een bloemborder
Omdat eenjarige planten in één groeiseizoen heel veel
prestatie moeten leveren stellen ze vaak speciale eisen aan de grond.
a. goede doorlatende grond;
b. voedingrijke grond;
c. de grond dient voldoende voorraadbemesting (compost) te hebben.
Onderhoud van een bloemborder.
Een border vereist een aantal essentiele handelingen om mooi te blijven
gedurende het hele seizoen.
Enkele van deze handelingen zijn:
a. opbinden;
b. wieden;
c. uitgebleoide bloemen verwijderen;
d. scheuren;
e. vorstgevoelige planten afdekken voor de winter;
f. bij 'ontluiken' winterdek weghalen en afgestorven plantedelen
verwijderen.
Droogbloemen.
Veel bloemen die gebruikt worden in de bloemsierkunst kunnen we in
een borde plaatsen en daaruit snijden.
Om ze juist te bewaren:
a. in volle bloei of in de knop snijden;
b. in donker weghangen;
c. ondersteboven weghangen;
d. op een droge plaats.
Veel worden hiervoor strobloemen gebruikt:
De meest bekende soorten zijn:
a. Helichrysum bractatum 'Monstrosum';
b. Helipterum roseum;
c.
-
manglesii;
d. Statice sinuata;
e. Nigella damascena.
Ook granen worden regelmatig in de bloemsierkunst in droogboeketten
gebruikt.
Hier zijn de meest bekende soorten:
a. Zea mais;
b. gerst;
c. gierst;
d. haver;
e. rogge
f. tarwe;
g. boekwiet.
Bekende siergrassen voor een droogboeket:
a. vossestaartje;
b. trilgrassen;
c. kropaar.
Snijbloemen.
Om een goede snijbloem te zijn moet een plant aan de volgende eisen
voldoen.
a. rijke bloei;
b. goede (lange) houdbaarheid op water;
c. stevige, rechte, lange stengel.
Enkele soorten die als snijbloem te gebruiken zijn:
a. Anthirrinum majus
b. Callistephus sinensis
c. Chrysanthemum carinatum
d. Chrysanthemum segetum
e. Matthiola incana
f. Penstemon hybr.
g. Zinnia elegans
Bodembedekkers
Hiervoor zijn de meeste lager blijvende perkplanten geschikt; met onder
de heesters de schaduwplanten en op de voorgrond de zonminnende
planten.
Solitairs
Een plant (of groep) noemen we een solitair wanneer deze de aandacht
trekt; meestal door boven de andere planten uit te groeien. In veel
gevallen
tevens door een contrasterende kleur, habitus of blad(grootte).
Als solitairplant is te gebruiken:
a. Amaranthus caudatus
b. Amaranthus hypochondriacus 'Pigmy Torch'
c. Cleome spinosa
d. Chrysanthemum frutescens
e. Kochia scoparius
f. Nicotiana alata
g. Ricinus communis
h. Verbena rigida
Perkplanten.
Veel van in ons land gebruikte éénjarige planten zijn eigenlijk meerjarige planten, welke echter onze winters niet kunnen overleven. Zo kan de Ricinus in tropische gebieden uitgroeien tot een echte houtige boom van wel 30 meter, maar in ons land zal de grootte hooguit 3 meter bedragen.
De eisen die aan een perkplant gesteld moeten worden zijn:
1. rijke bloei
2. langdurige bloei
3. weersbestendig
4. ziektevrij
5. laag tot middelhoog
Enkele bekende en veel gebruikte perkplanten zijn:
| 1. Anthirrhinum majus 2. Cleome spinosissima 3. Fuchsia 4. Lobelia erinus 5. Matthiola incana |
6. Penstemon hybr. 7. Salvia div. soorten 8. Sanvitalia procumbens 9. Penstemon hybr. 10. Begonia semperflorens |
Klim- lei- en hangplanten.
Bekende éénjarige klim- of leiplanten zijn:
| 1. Cobaea scandens 2. Convolvulus tricolor 3. Humulus jap. 4. Ipomaea jap. 5. Lathyrus odoratus |
Bekende éénjarige hangplanten zijn:
| 1. Lobelia erinus 2. Fuchsia hybr. 3. Pelargonium peltatum 4.Tropaeolum div. var. |
Rotstuin.
Voor de rotstuin gebruiken we over het algemeen de lager blijvende
éénjarig planten zoals:
| 1. Dorotheanthus bellidiformis 2. Gazania splendens 3. Iberis umbellata 4. Mesembryanthemum christallinum 5. Portulaca grandiflora |
Eénjarige (perk)planten kunnen vermeerderd worden door:
a. zaad (95 %)
b. stek (vooral bij meerjarige planten gekweekt als
éénjarige
(perk)plant)
Eénjarige planten welke uitsluitend uit stek gekweekt worden:
| 1. Chrysanthemum frutescens 2. Fuchsia hybr. 3. Mesembryanthemum chrystallinum 4. Pelargonium peltatum 5. Pelargonium zonale |
Eénjarige planten welke uit zaad vermeerderd worden:
| 1. Ageratum houstonianum 2. Begonia 3. Calceoloaria 4. Cuphea ignea 5. Heliotropium 6. Impatiens 7. Pelargoniuw zonale 8. Penstemon hybr. 9. Salvia splendens 10. Senecio cineraria. |
TWEEJARIGE PLANTEN
Defenitie:
Tweejarige planten zijn planten , die gedurende het eerste groeiseizoen
worden gezaaid; overwinteren meestal bovengronds met een bladrozet, om
vervolgens in het voorjaar weer verder te groeien, bloem en zaad te
geven
en vervolgens af te sterven.
Tweejarige planten worden vrijwel op dezelfde wijze gebruikt en
verhandelt
als éénjarige planten.
|
|
|
|
| 1. Anthemis St. Johannis 2. Campanula medium 3. Dianthus barbatus 4. Digitalis purpureus 5. Hesperis matronalis 6. Ipomopsis rubra (syn Gillia) 7. Penstemon hybr. |
1 Althea rosea 2. Campanula medium 3. Digitalis purpureus 4. Dipsacus sylvestris 5. Hesperis matronalis 6. Lunaria annua 7. Oenothera biennis 8. Onopordon acanthium 9. Silybum marianum 10. Penstemon hybr. 11. Verbascum densiflorum |
VASTE PLANTEN
Defenitie:
Vaste planten, zijn planten ide elk jaar weer opnieuw uitlopen,
groeien,
bloeien, (meestal) zaad geven en (meestal) bovengronds afsterven.
(Er zijn ook bladhoudende vaste planten).
Funktie en gebruik:
| a. bloemborder b. bloemvakken c. bloembakken d. haagjes e. bodembedekkers f. solitair g. snijbloemen h. droogbloemen i. kruiden (keuken- of geneeskr.-) j. lei-,klim-, hangplanten k. gazon |
Indeling van vaste planten:
| a. siergrassen b. gazongrassen c. varens d. kruiden e. waterplanten f. moerasplanten g. overige vaste planten. |
Bloemborder.
Een bloemborder kan bestaan uit:
- een gemengde border (meerdere soorten planten heester-perkpl. -
vasteplanten
bijv)
- uitsluitend vaste plantenborder.
Uiteraard dient er rekening gehouden te worden met de ligging van de border: zon of schaduw; en met de grondsoort; de vochtigheidstoestand en de (hoeveelheid) wind.
Bloemvakken.
In veel gevallen zal een bloemvak van vaste planten een vrij vlakke
horizontale opbouw hebben met mogelijk daarin gebruik van solitairs als
accentuering in het vertikale vlak.
Bloembakken.
De opbouw van een bloembak kan ook weer uit gemengde beplanting bestaan
dan wel uit enkel vaste planten; de vertikale opbouw van de bloembak
wordt
bepaald door de standplaats.
Haagjes.
De meeste haagjes worden gevormd door als vaste planten gekweekte en
verhandelde 'halfheesters'. Dit zijn eigenlijk (meest
laagblijvende)
heesters welke echter vaak enigszins invriezen. Het verdient
aanbeveling
deze soorten elk jaar te snoeien na de winter.
Soorten van deze 'vaste planten' voor gebruik van haagjes:
| a. Lavandula b. Santolina c. Oenothera d. Rosmarinus e. Teucrium f. Nepeta |
Bodembedekkers.
Dit zijn lage, meest kruipende vaste planten welke worden toegepast
om een 'kruidenlaag' te vormen als afdekking van de bodem tussen de
heesters,
onder bomen of in de vasteplantenborder.
Het gebuik van bodembedekkende vaste palnten kan het onderhoud aan
een tuin aanzienlijk verminderen!
Lijst van bodembedekkende vaste planten:
| Acaena Ajuga Asarum Campanula portenschlagiana Cerastium Cotula Duchesnia Fragaria vesca Galium odoratum Lamiatrum |
Lamium Lysimachia nummularia Pachysandra terminalis Polygonum affine Prunella grandiflora Saxifraga Sedum (div soorten) Thymus (div. soorten) Tiarella cordifolia Vinca minor Waldsteinia |
Solitair.
Hiervoor zijn te gebruiken:
a. siergrassen
b. varens
d. gewone vaste planten.
Lijst van solitair te gebruiken gewone vaste planten
| a. Acanthus b. Aruncus c. Cortaderia d. Fuchsia e. Gunnera (erg groot!!) f. Heliotrichon g. Ligularia (div. srt) h. Osmunda i. Paeonia j. Rodgersia k. Yucca. |
l. Eryngium m.Delphinium n. Kniphofia o. Verbascum p. Liatris q. Sidalcea r. Lythrum s. Astilbe t. Dicentra u. Hemerocallis |
Ook is het gerbuik van een groepje (hogere) vaste planten bij elkaar als solitair(groep) te gebruiken.
Snijbloemen.
Vaste planten voor het gebruik van snijbloemen.
De eisen waaraan een vaste plant moet voldoen om een goede snijbloem
te geven zijn de zelfde als die voor de éénjarige
planten.
| a. Chrysanthemum b. Liatris c. Lupinus d. Phlox paniculata e. Delphinium f. Alstroemeria g. Asclepias h. Lythrum i. Iris j. Heliopsis |
k. Rudbeckia l. Monarda m. Helianthus n. Solidago o. Kniphofia p. Aster q. Erigeron r. Aquilegia s. Physostegia t. Campanula u. Lathyrus latifolius |
Droogbloemen.
Eigenlijk een verkeerd woordgebruik. Het zijn niet de echte
'droogbloemen'
maar opgedroogde of uitgebloeide bloemen of de vrachten ervan die als
zodanig
in de bloemsierkunst gebruikt kunnen worden.
Veelal dienen de planten op een donkere plaats gedroogd te worden om
de kleuren te behouden. De beste manier is om ze ge
| a. Achillea b. Eryngium c.Physalis d. Anaphalis e. Leontopodium f. Verbascum g. siergrassen h. Dictamnus i. Varenbladeren j. Acanthus k. Iris foetidissima l. Pulsatilla vulgaris |
m. Ligularia n. Liatris o. Sedum p. Physostegia q. Gunnera r. Cimicifuga s. Lavandula t. Chelone obliqua u Limonium v. Papaver orientale w. Humulus lupulus x. Heliantus annuus |
Siergrassen.
Veel van deze soorten vragen een droge warme standplaats.
Tegenwoordig veel gebruikt in zogenaamde grindtuinen.
| a. Arrhenaterum bulb. 'Variegatum' b. Festuca c. Helictotrichon semp. d. Alepecurus pratensis e. Cortaderia f. Holcus |
g. Pennisetum h. Monilla i. Luzula j. Elymus k. Pseudosasa l Phalaris |
Kruiden.
Omdat geneeskrachtige kruiden geen eigenlijke plaats innemen bij de
tuinaaleg zullen we daar hier niet verder op ingaan. Wel is het zo dat
veel keukenkruiden ook mogelijk geneeskrachtig zijn en dat meerder
planten
die een plaats in de tuin innemen een geneeskrachtige werking kunnen
hebben.
Hieronder volgt een opsomming van de meest gebruikte keukenkruiden.
| 1. Artimisia absinthium 2. Artimissia abrotanum 3. Artimissia dracunculus 4.Satureia montana 5. Allium schonoprasum 6. Hysopus officinalis 7. Mentha crispa 8. Mentha peperita 9. Asperula odorata 10. Lavandula angustifolia |
alsem citroenkruid dragon bonekruid bieslook hysop kruizemunt pepermunt lieve-vrouwe-bedstro lavendel |
11. Levisticum officinale 12. Origanum marjoranum 13. Armoratia rusticana 14. Sanguisorba minor 15. Rosmarinus officinalis 16. Salvia officinalis 17. Thymus vulgaris 18. Rumex acetosa 19. Ruta graveolens 20. Melisse officinalis |
maggiplant marjolein mierikswortel kleine pimpernel rozemarijn salie keukentijm bladzuring wijnruit citroenmelisse |
Klim- en hangplanten.
Klimplanten welke elk jaar terugkomen na in de winter bovengronds
geheel
afgestorven te zijn, zijn:
a. Lathyrus latifolius
b. Humulus lupulus.
Als hangplanten kunnen we de volgende soorten gebruiken:
a. Gypsophila
b. Alchemilla mollis
c. Campanula portenschlagiana
d. Cerastium
e. Saponaria ocymoides
f. Thymus
g. Nepeta
Gazongrassen.
Aangezien de aanleg van een gazon en de te gebruiken gazongrassoorten
elders besproken zullen worden in de sit zullen we er op deze plaats
niet
verder op ingaan.
Varens.
Varens zijn over het algemeen liefhebbers van schaduwrijke min of meer
vochtige milieu's. (we behandelen hier alleen de grondvarens. Steen- of
muurvarens vereisen zo'n speciale en specifieke groeiwijze en
behandeling
dat we die hier verder buiten beschouwing laten.
| a. Blechnum spicant b. Polypodum vulgare c. Osmunda regalis d. Matteucia struthiopteris e. Dryopteris felix mas f. Athyrium felix femina |
dubbelloof eikvaren koningsvaren trechtervaren mannetjesvaren vrouwtjesvaren |
Overige belangrijke informatie over vaste planten
| Ajuga Aconitum (giftig!!) Anemone Aquilegia Aruncus Asperula |
Astilbe Bergenia Brunnera Corydalis Doronicum Dicentra |
Dodecatheon Euphorbia Helleborus Hosta Incarvillea Lamium |
Lupinus Pachysandra Polygonum Pimula Pulsatilla Vinca |
B. Groenblijvende vaste planten.
Deze planten zullen gedurende de wintermaanden hun blad (gedeeltelijk)
behouden en zijn belangrijk om de tuin ook in die tijd van het jaar
enige
kleur te geven.
| Ajuga Arabis Armeria Aubrieta Bergenia |
Cerastium Dianthus Draba Festuca Heuchera |
Helianthemum Iberis Lamium Pachysandra Phlox subbulata |
Sagina Saxifraga Sedum Sempervivum Stachys olympica |
Thymus Vinca Viscaria Yucca |
C. Woekerende vaste planten
Deze planten hebben de neiging zo sterk uit te groeien dat ze de andere
planten zullen gaan verdringen. In een vaste plantenborder is de
aanplant
van deze soorten niet direct aan te bevelen. Het verdient de voorkeur
deze
soorten daar aan te planten waar ze de kans krijgen uit te groeien en
zo
tot hun 'recht' kunnen komen. Natuurlijk kunnen er ook maatregelen
genomen
worden om te pogen het woekeren binnen de perken tehouden zoals planten
in weggegraven (plastic) kuipen en emmers of betonbakken.
Enkele van de meest bekende soorten die de neiging tot woekeren hebben
zijn:
| a. Physalis b. Macleaya c. Saponaria officinalis d. Helianthus superbus e. Humulus lupus f. Achillea ptarmica |
g Artemissia h. Anaphalis i. Campanula glomorata j. Arundinaria k. Pseudosasa l. Lysimachia punctata |
WATER- EN MOERASPLANTEN.
Water- en moerasplanten kunnen we als volgt indelen:
a. Op het water drijvende planten
b. ondergedoken planten (in het water drijvend)
c. in de bodem wortelend, boven water uitgroeiend
d. in de bodem wortelend en op het water drijvend.
e. moerasplanten
A. Op het water drijvende planten.
| Lemna gibba Ranunculus aquatica Hottonia palustris Stratiotes aloides |
eendenkroos waterranonkel waterviolier krabbescheer |
B. Ondergedoken.
Elodea
canadensis
waterpest.
C. in de bodem wortelend, boven water uitgroeiend
Butomus
umbalatus
zwanebloem
Iris
pseudoacorus
gele lis
Phragmitis
communis
riet
Pontoderia
cordata
snoekkruid
Sagittaria
sagittifolia
pijlkruid
Typha
lisdodde
D. in het water wortelende drijvend en boven het water
uitgroeiend.
Nymphea
alba
waterleie
Nymphea
hybr.
waterlelie
Nuphar
luteum
gele plomp
Nymphoides
watergentiaan
E. Moerasplanten
| Butomis umbellatus Calla palustris Caltha palustris Iris pseudoacorus Mimulus luteus |
zwanebloem slangenwortel dotterbloem gele lis maskerbloem |
Myosotis scorpioides Phragmitis communis Typha Lysimachia nummularia Ajuga reptans |
vergeet-mij-nietje riet lisdodde kruipend penningkruid zenegroen |
Funkties van waterplanten.
waterplanten hebben meerdere belangrijke funkties:
a. ze leveren zuurstof aan het water
b. ze bieden een schuilplaats aan in het water levende dieren
c. ze geven voedsel aan de in het water levenden dieren
d. in de vijver vervullen ze een belangrijke decoratieve funktie
e. ze zorgen mede voor een juist biologisch evenwicht in het water
De Elodea canadensis is de meest zuurstof leverende waterplant.
Planttijd voor waterplanten.
Vanaf half mei tot juli is de beste planttijd voor waterplanten.
STENGEL- EN WORTELGEWASSEN
(bol- en knolgewassen)
(ZIE OOK INFORMATIE OP PAGINA 6)
| knol | bol | wortelstok | ||
| bol | ||||
| wortelstok |
Defenitie van een bol:
Een bol is een verdikt stengeldeel (bolschijf), waarop
bladachtige
organen zijn ingeplant (rokken of schubben) met middenin veilig
beschermd
de jonge (bloem)knop.
Defenitie van een knol:
Een knol is een massieve verdikt onderaards stengeldeel, met
de (jonge) knoppen aan de buitenkant.
Defenitie van een wortelstok:
Een wortelstok is een gelede onderaardse stengel. Dit kan zijn
kort of lang geleed.
Planten met een wortelstok zijn:
Convollaria
lelietje-der-dalen
Canna indica Indisch
bloemriet.
Voorbeelden van planten met een verdikte bijwortel zijn:
Dahlia
Alstroemeria
INDELING VAN STENGEL- EN WORTELGEWASSEN.
| A. Perkbeplanting B. Borderbeplanting C. Verwildering D. Rotstuinbeplanting E. Bloembakken F. Solitaire planten G. Snijbloemen H. Kamerkultuur I. Droogbloemen |
In de verhandeling van bop- en knolgewassen wordt er gesproken over HOOFDBOLGEWASSEN en BIJGOEDGEWASSEN.
onder hoofdbolgewassen verstaan we de volgende geslachten:
| 1. Tulipa 2. Hyacinthus 3. Narcissus |
INDELING VAN HET GESLACHT TULIPA.
(in de volgorde van bloeitijd)
Tulpen planten we tussen oktober en december. Ze vragen een voedzame
goed doorlatende grond. We kunnen tulpen op verschillende manieren
planten.
Er zijn speciale bolplantschopjes in de handel verkrijgbaar. Voor
grotere
groepen gaan we echter anders te werk. Hier graven we de grond voor een
bovenlaag af; ongeveer 8 tot 10 cm. Vervolgens strooien we de bollen
uit.
Het is wel verstandig om de tulpenbollen met de 'neuzen' (de punten van
de bol) naar boven te plaatsen en een beetje aan te drukken.
Afhankelijk
van de soort houden we een plantafstand van 10-15 cm. aan. Daarna
dekken
we de bollen weer toe met de verwijderde grond.
Omdat tulpen geheel winterhard zijn is verder afdekking niet nodig.
| vroeg | enkele vroege tulp dubbele vroege tulp |
||
| middelvroeg | Mendell-tulpen Triumph-tulpen Darwin-tulpen Papagaai- of parkiettulpen |
||
| laat | Darwinhybride tulpen Enkele late (of cottage)tulpen dubbele late tulpen leliebloemige tulpen |
De vroegst bloeiende tulpen hebben de kortste en de laatbloeiende tulpen de langste stelen.
Botanische tulpen:
| T. kaufmanniana T. greigii T. praestens fusilier T. fosteriana T. tarda T. pulchella T. turkestanica |
Opmerking:
Over het algemeen bloeien de botanische tulpen vroeger dan de
hybride-vormen.
Hierop wordt echter één uitzonderiong gevormd door de
Tulipa
fosteriana, die is langstelig en laatbloeiend.
In de bloemisterij worden al in de winter bloeiende tulpen in bakjes aangeboden. Ook zijn verschillende soorten tulpen erg gewild als snijbloem.
INDELING VAN HET GESLACHT NARCISSUS
| Trompetnarcissen | ||
| Grootkronige narcissen | ||
| Kleinkronige narcissen | ||
| Tros narcissen | Meerdere bloemen per stengel:
1. enkelbloemig
2. dubbelbloemig |
|
| Dubbelbloemige narcissen | dit zijn allemaal hybr. vormen | |
| Botanische of miniatuur narcissen | 1. Narcissus triandus 2. Narcissus cyclameus 3. Narcissus jonquilla |
Over het algemeen bloeien de botanische narcissen eerder dan de hybride-vormen.
Narcissen kunnen jaren op dezelfde plaats blijven staan. Ze kunnen zich sterk vermeerderen. Wel eisen ze een voedzame matig vochtige grond. De soorten zijn uitermate geschikt voor verwildering. Om te zorgen voor elk jaar terugkeren van de narcissen is het van het grootste belang om de planten na de bloei met rust te laten en de bladeren geheel te laten afsterven voor ze te verwijderen!
Plant narcissen, zoals alle bolgewassen voor verwildering
NOOIT
in het gazon dat regelmatig gemaaid wordt. Dit geeft altijd problemen
bij
het onderhoud. Maait men te vroeg het narcissusblad dan zal de bloei
sterk
teruglopen en zullen de planten na verloop van jaren verdwijnen; laat
men
het blad staan tot het afsterft dan vormen de plekken gedurende weken
een
weinig aantrekkelijk beeld van het gazon en zullen er na het afsterven
en afmaaien lelijke plekken in het gazon achterblijven die vrijwel
altijd
zichtbaar blijven.
Het is veel beter om de bolgewassen voor verwildering (voorin) de
heesterborder
te plaatsen of in grote groepen op speciale open plekken tussen de
heesters.
Deze open plekken kunnen na afsterven van de narcissusbladeren begroeid
worden met vaste planten voor verwildering. Hoewel de narcissen dus
geschikt
zijn voor verwildering onder en tussen de heesters moet men wel denken
aan voldoende (zon)licht en voeding anders zal de soort snel
verdwijnen.
Narcissen in de direkte omgeving van bijv. een ligusterhaag welke veel
voeding wegneemt zullen al spoedig terulopen en zelfs verdwijnen door
voedselgebrek.
We kunnen de bollen planten dmv. een plantschopje of voor grotere
groepen
zoals omschreven bij de tulpen door het afgraven van een laagje grond.
De plantdiepte zal variëren naar gelang van de bolgrootte
afhankelijk
van de soort tussen de 8 en 15 cm. de beste planttijd ligt tussen
september
en eind november.
Hoewel narcissen niet altijd geheel winterhard kunnen zijn is
afdekken voor de meeste soorten niet echt een verieste. Zeker wanneer
de
bollen op goeddoorlatende grond worden geplant tussen en onder de
heesters
waar het afgevallen blad ook weer bescherming biedt zal er weinig
kunnen
gebeuren.
Een aantal narcissusvariëteiten zijn geschikt voor het gebruik in de huiskamer (Kamercultuur) en worden als zodanig via de bloemisterij vaak aangeboden.
Daarnaast is ook de narcis een erg gewilde snijbloem.
Er zijn een aantal heerlijk geurende soorten en variëteiten.
BESCHRIJVING VAN HET GESLACHT HYACINTHUS.
De hyacinten zijn grote bollen, die geplant worden van oktober tot
en
met december geplant op een diepte van ongeveer 10 cm. en met een
afstand
van 15 cm. Hyacinten stellen niet erg hoge eisen aan de grond maar
vragen
wel een goed doorlatende standplaats. Een te natte plaats zal de bollen
snel laten rotten.
De hyacint zal elk jaar weer een kleinere bloemtros geven wanneer hij
jaren achter elkaar op dezelfde plaats in de grond blijft staan. Door
de
bloemtrossen direkt na de bloei te verwijderen en de bol op te nemen
wanneer
het bald vergeeld is om vervolgens de bol te drogen en droog te bewaren
tot de nieuwe planttijd kan dit enigszins voorkomen worden.
Voor de bollen voor de tuin is het raadzaam om niet de grootste maten
te kiezen, die zijn beter geschikt voor kamercultuur. voor de tuin
kiezen
we de 14/15.
Nemen we een te grote maat dan vormen zich zware bloemtrossen die al
gauw zullen omvallen door wind of regen. Daarbij is de prijs van een
kleiner
maat veel lager.
Hyacinten kunnen gevoelig zijn voor vorst, zeker op de meer natere
plaatsen. Enige winterdekking kan noodzakelijk zijn. Wees erop verdacht
dat turfmolm GEEN GOEDE winterdekking of bescherming biedt! Turfmolm
kan
enorme hoeveelheden water absorberen die vervolgens zullen bevriezen.
Beter
is om te kiezen voor een laag blad.
Nadeel van hyacinten in bloei is dat de bloemtrossen vaak omvallen
door wind of regen. Maar de heerlijke geur en prachtige kleuren kunnen
weer veel goed maken.
INDELING VAN HET GESLACHT DAHLIA.
Gevuldbloemige Dahlia's
| Dekoratieve dahlia's Semi-cactus dahlia's Cactus dahlia's Pom-pon dahlia's |
bloemblaadjes vlak bloembl. vlak en opgerold bloembl. opgerold kogelronde bloem |
||
| Enkelbloemige Dahlia's |
|||
| Mignon dahlia's Top-mix |
gelijk aan de Mignon alleen in alle delen kleiner. |
||
| Halfgevulde Dahlia's | |||
| Halskraag- of Collarette Dahlia's Annemoonbloemige Dahlia's |
Dahlia's hebben knollen. Dit zijn eigenlijk dus verdikte
ondergrondse
stengeldelen. de verdikking ontstaat door de opslag van voedsel voor de
hergroei na de rustperiode. Onder aan de stengel tegen de knol zitten
ogen
(knoppen). Let er daarom goed op dat bij het oprooien en opslaan van de
knollen altijd een stukje steel aanwezig blijft zodat er knoppen
blijven
voor het volgende voorjaar.
Dahlia's kunnen worden gestekt. Men doet dit het beste door een stek
met 'hieltje' te maken. Dwz. met de stek wordt een stukje van de
stengel
meegesneden.
Ook zijn Dahia's vrij eenvoudig te zaaien en deze vorm van vermeerderen
wordt tegenwoordig het meest toegepast. Gezaaide Dahlia's worden ook
vaak
als eenjarige perkplanten aangeboden.
Dahlia's komen van oorsprong uit Mexico en zijn erg vorstgevoelig.
Daar dient men ze na de winter te planten en direct na de eerste
nachtvorst
wanneer het loof bevroren is op te rooien; te drogen en droog en
vorstvrij
op te slaan. Ook worden dahlia's wel 'opgekuild'; ze dienen dan wel
minimaal
40 cm. diep in de grond weggegraven te worden.
Meestal worden Dahlia's enige weken voor het planten (na half mei -
ijsheiligen!!!!) voorgetrokken in kistjes met vochtig turfmolm.
Zeker de hogere soorten hebben al gauw toch wel ondersteuning nodig.
Helaas zijn Dahlia's voor nogal veel aantastingen gevoelig. Vooral
oorwormen kunnen schade torichten door aan de bloemen te vreten.
Omgekeerde
bloempotjes gevuld met houtwol kunnen dienst doen als vangpotten voor
oorwormen.
's Morgens de potten opnemen en de oorwormen er uit schudden en elders
waar ze geen kwaad kunnen weer loslaten.
Ook zijn de knollen voor diverse (bodem)schimmels vatbaar.
Er zijn haast overal wel verenigingen die zich toeleggen op het kweken
van deze prachtige bloemen en er wedstrijden en corso's mee
organiseren.
DE GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN VAN BOL- EN KNOLGEWASSEN.
A. Perkbeplanting.
Perken kan men inplanten met verschillende soorten bolgewassen.
alle drie de hoofdbolgewassen; tulpen, hyacinten en narcissen zijn
uitermate geschikt voor perkbeplanting.
Ook kunnen we hiervoor gebruiken:
| 1. Fritilaria imperialis 2. Scilla hispanica 3. Scilla sibirica 4. Muscari botryoides 5. Lylium (alle soorten) 6. Freesia |
7. Canna 8. Begonia 9. Allium 10. Acidanthera 11. Galtonia 12. Crocus |
B. Borderbeplanting.
| We onderscheiden: |
|
C. Verwildering.
Voor verwildering worden over het algemeen de lagere soorten gebruikt. Echter ook de wat hogere soorten, welke enigszins meer schaduw verdragen komen voor verwildering in aanmerking.
Hier volgen een aantal van de meest gebruikte soorten:
| 1. Allium (alle soorten 2. Annemone 3. Camassia 4. Chinodoxa 5. Erythronium 6. Crocus 7. Eranthis 8. Frittilaria 9. Galanthus |
10. Colchicum 11. Leucojum 12. Muscari 13. Narcissus 14. Ornithogalum 15. Oxalis 16. Puschkinia 17. Scilla 18. Tulipa (botanische soorten) 19. Cyclamen neapolitatum |
D. Rotstuin.
Voor het gebruik van bolgewassen in de rotstuin kunnen we vrijwel alle
bolgewassen gebruiken, maar zeker de lagere bijgoedgewassen zijn in het
bijder geschikt voor het gebruik in de rotstuin.
E. Bloembakken.
We kennen twee manieren om een bloembak opt e bouwen:
1. monotone beplanting - bestaande uit één soort,
deze vorm wordt in de (kleine) particuliere tuin weinig toegepast.
2. gemengde beplanting. - verreweg de meest gebruikte vorm.
Men dient er bij het gebruik van bolgewassen in bloembakken buiten aan te denken dat niet (geheel) winterharde soorten afgedekt zullen moeten worden. Een ander mogelijkheid is de bollen in bijv. een kas voor te trekken en ze na de vorst buiten in de bloembakken uit te planten.
F. Solitaire planten.
Ook bij de bolgewassen zijn er soorten die als solitair gebruikt kunnen
worden. In bijv. een bollenborder, of in een bloembak.
Hiervoor gebruiken we de wat hogere soorten zoals:
| Acidanthera Eucomis Allium Alstroemeria Canna Dahlia |
Eremurus Frittillaria imperialis Galtonia Gladiolus Lilium Narcissus |
G. Snijbloemen.
Van de bol- en knolgewassen zijn er vele soorten die als snijbloem
gekweekt worden. Hier volgen een aantal van de meest gebruikte soorten:
| Tulipa Hyacinthus (zelden) Narcissus Acidanthera Allium Annemone Hyppiastrum (amaryllis) Monbretia Dahlia Freesia Galtonia Gladiolus Gloriosa |
Amaryllis Iris hollandica Ixia Ixiolirion Leucojum Lilium Muscari (zelden) Ranunculus Scilla (zelden) Sparaxis Triteleia Tigridia Crocosmia |
H. Kamerkultuur.
Voor kamerkultuur kunnen we in principe alle hoofdbolgewassen
gebruiken,
maar dan wel de soorten met de kortere stelen.
Ook van de bijgoedgewassen zijn er een aantal die geschikt zijn voor kamerkultuur:
| Crocus Hyppeastrum Colchicum Sprekelia Muscari |
Freesia Sparaxis Canna Begonia Gloriosa |
I. Droogbloemen.
De bloeiwijze van Allium en Eremurus worden wel eens gedroogd en in
de bloemsierkunst gebruikt.
OVERZICHT VAN BOL- EN KNOLGEWASSEN.
|
|
|
in cm. |
in cm. |
|
|
| Acidanthera | apr. - mei | 8 | 10 | sept - okt | border; snijbloem |
| Allium | okt. - nov. | 7 - 8 | 10 | mei - juni | verwildering; rotst; kamerc. |
| Annemone | okt - nov. febr. - mrt. |
5 - 7 | 10 | apr. - juni | snijbloem; verwildering |
| Begonia (knol) | mei - juni | kluit | 20 - 25 | juni - okt | vakken; rand; border; kamerc. |
| Canna | juni | kluit | 60 - 75 | juli - okt. | vakken; border; bloembak |
| Chionodoxa | sept. - okt. | 5 - 7 | 6 -8 | maart | verwildering; rotst; bloembak |
| Colchicum | aug. | 10 -15 | 10 - 20 | sept. | verw.; rotstuin; kamerc. (droogbl) |
| Crocus | sept. - nov. | 5 - 8 | 6 - 7 | maart | verw.; rotst.; border; kamerc. |
| Camassia | okt. - nov. | 5 - 8 | 6 - 7 | febr. - mrt | verw.; rotst. |
| Crocosmia | april | 5 | 7 - 10 | sept. | border; perken; snijbloem |
| Dahlia | knol: eind april stek: half mei |
6 - 8 | 25 - 80 | juli - okt. | border; snijbl. vakken |
| Eranthis | sept. | 5 - 6 | 7 - 10 | febr. - mrt | verw. rotst. |
| Eremurus | sept. - okt. | 5 - 7 | 40 - 50 | mei - juli | border; snijbl. |
| Freesia | apr. - mei | 7 | 7 | juli - okt. | snijbl.; border |
| Fritillaria imperialis | sept. | 15 | 25 | apr. - mei | kleine groepjes; kamerc. |
| Fritillaria meleagris | sept. | 8 | 10 | apr - mei | verw.; rotst.; kamerc. |
| Galanthus | sept. - okt | 6 - 8 | 5 - 7 | jan - febr | verw.; rotst.; kamerc. |
| Galtonia | apr; juli - aug |
10 10 |
15 15 |
aug - sept juli |
groepjes; onderbepl. |
| Gladiolus | mrt. - mei | 7 | 10 | juni - sept. | snijbloem; border |
| Hyacinthus | okt. - nov. | 15 | 12 | april | vakken; randen; kamerc.; bloemb. |
| Iris | okt. | 7 - 8 | 12 | mei - juni | snijbl.; border; rottst.; kamerc. |
| Ixia | sept. - okt | 6 -8 | 8 | mrt - april | border; snijbloem |
| Leucojum vernum | sept. - okt. | 6 - 8 | 8 -10 | mrt - april | verwildering |
| Lilium | sept. -nov. | 12 - 15 | 20 | juli - aug | border; snijbloem; kamerc. |
| Muscaria | okt. | 7 | 7 | apr. - mei | rotst.; verw.; kamerc.; snijbloem |
| Narcissus | okt. | 15 | 15 | april | verw.; snijbl.; bloemb.; kamerc. |
| Ornithgalum umb. | okt. | 8 | 6 - 8 | apr. - mei | verwildering |
| Oxalis | mrt - mei | 6 | 8 - 10 | mei | randen; rotstuin |
| Ranunculus | nov. (of mrt) | 4 | 6 | apr-mei/mei juni | border; rand; bloemb. snijbl. |
| Pushkinia | sept. -okt. | 6 | 6 | apr. - mei | verw,; rotst.; randen |
| Scilla (div. srt) | sept. -okt | 8 | 5 - 10 | mrt - mei | verw.; bloemb.; kamerc. |
| Sparaxis | okt.-nov./apr. | 6 - 7 | 10 - 12 | juni | border; snijbl. |
| Tulipa | okt. - dec | 8 | 10 - 15 | mrt - mei | border; vakken; verw.; snijbl.; kamerc. |
Plantafstanden.
Klik hier.
|
|
|
|
naar: plantengalerie | volgende
pagina |
naar:
vermeerderen houtige gewassen |
vorige pagina |