ZOMERSNEEUW
 


          HILDE



        VOORJAAR 1999


 

Lochem 1996
Sparen.

Wie je liefhebt moet je echt niet sparen!
Die moet je raken,
die moet je kraken.
Desnoods samen  maar de maan 
                                            bezoeken.
Die moet je troosten, die moet je aaien.
En, misschien,
soms keihard samen vloeken.

Wie je liefhebt moet je echt niet sparen!
Beiden moeten elkaar steeds weer in 
                                        liefde boeien,
en dan moet die liefde jaren groeien, bloeien,
tot slot,  na al die vele lange liefdesjaren
loont het de moeite van samen LIEFDE sparen!



 
 

22 september 1991.

Dag moeder, dag;
moeder dag;
moederdag. Dag moeder
Dag moeder, moederdag
Dag!
Moeder!





 
 


Lelystad 1971
Nooit meer beter.

Rode bloemen;
vlammen die verteren,
gemene pijlen, scherpe speren
maken alles donker in mijn hoofd.

Mijn gedachten
verpletterd, platgetreden.
Zonder toekomst
ben ik moegestreden.
Zal ik echt nog langer wachten?

De hoop
op beter blijkt alleen beloofd.
De gedachten
zoemen
als boze bijen door mijn hoofd.
Maken vlammen, die verteren;
rode bloemen.


 
 
 
Kunst

Als geest en handen samenwerken;
gaat alle tijd verloren.
Dan vaak, zonder het te merken;
wordt uit gevoel weer kunst geboren!

     tek.: Irene.

 
 
 
 

Vader.

Mijn vader was een beste man;
streng, maar zeer rechtvaardig.
Soms erg autoritair maar dat kon hem niet hinderen.
Mijn moeder volgzaam, zacht en aardig
en zij kreeg kinderen, kinderen, kinderen - - -

Gaat heen en vermenigvuldigt u!


 
 
 
Gedicht van glas en licht.

Het streeploos, heldere licht
wordt helderder,
wordt lichter
als het glas wordt doorbelicht.
Geen schaduwen,
geen strepen,
maar sprankelende kringen
lijken op te springen
uit glas en licht.

De warmte van het licht
gebundelt in het glas
heeft krachten;
onbegrepen!
onbeperkt!
Maakt zwart,
dat ooit eens kleurrijk was!

Tot slot,
zo is gebleken
is reeds menigeen
door glas en licht van’t rechte pad geweken!
Men had,
gelokt door ’t glinsterende vocht,
het licht te ver gezocht
en zo
te diep in ‘t glas gekeken!



 
 

Noordwijk 1980
Ik ben een mens.

Gravend naar herinneringen lang geleden,
kom ik mijn kinderjaren tegen:
De geur van dat verleden,
stookolie, vreemde havens, vreemde mensen.
De latere jaren zijn schizofreen en dubbel;
de angst voor god en kerk, en veel niet mogen.
Maar ook de geur van bos,
veel rust
en ruisen van de wind.
Nog later kwam de branie in mijn leven
alles kon en alles mocht.
Maar soms heel even
werd er toch naar zekerheid gezocht.
Men kende mij
brutaal en blij.
Altijd te porren voor wat gein.
Mijn naam betekent dan ook “vrij”.
Alleen voor mij bleef vaak de pijn;
‘t gemis aan liefde, soms verdriet;
‘t gevoel van eenzaamheid;
wie kent dat niet?
Maar de anderen zagen mij zo niet.
En mijn vrienden ......
mijn vrienden !!
mijn vrienden ??
Mijn vrienden zijn en waren er dan net even niet!

Het huwelijk bracht mij rust en waarde,
Geke, de liefste vrouw,
de beide kinderen, die ze baarde.
Zij samen zijn de diamanten van mijn leven.
Geen angst meer voor verdoemenis en hel
en meer van dat calvinistische gezever.
Wel nog altijd moeite met de regels van het spel
van aanpassing, gedrag en recht(s)e paden;
altijd geneigd tot recalcitrante daden.
Weet ik dit leven was, zo, gewoon mijn wens.
Ik heb ontdekt:
“Ik ben een mens, ik ben een mens,
IK BEN EEN MENS !!


 
 
Bijna.

Nu ik hier sta aan de rand van de laatste fase van mijn leven 
overdenk ik wat er allemaal is fout gegaan.
Door mij niet goed gedaan.
Dan, soms heel even,
gloort er toch weer wat hoop dat er wellicht mensen zijn,
die jaren later
misschien heel even maar,
nog aan mij zullen denken.
Gaf ik die knipoog, schonk ik slechts een glimlach, had ik een gesprek
 Dan is voor mij het leven toch nog fijn.

Nu ik hier peinzend aan de rand van de laatste fase van mijn leven
mijn vrouw vraag waar dan toch mijn fouten lagen.
Fluistert zij op alle negatieve vragen:
“Je hebt ons altijd veel gegeven!
Vergeet daarom wat er allemaal is misgegaan!”
En ik?
Ik zucht,
ik twijfel.
Was het oprecht?
Die glimlach, knipoog, dat gesprek?
Heb ik daar dan toch ook wat goed gedaan?

Nu ik hier zuchtend aan de rand van de laatste fase van mijn leven
haar vragend aankijk
met die twijfel in mijn ogen.
En vraag hoe ik nu verder moet?
Legt zij haar vinger op mijn mond.
Dan weet ik,
ondanks alle fouten
vindt zij het goed! . 


Frankrijk Ardeche 1992



 
 
 
17 april 1997.
Bas (die veel te jong verongelukte)

Zelfs de dieren en de bloemen
moeten nu echt afscheid nemen.
Bassebas, o Bassebas, waarom moest dit toch gebeuren?
De dieren zijn heel even stil;
‘t is net of alle bloemen, even, minder geuren,
minder kleuren!

Wilde haren, zwarte handen,
van vuil gevlekte broek en jas.
Dat kunnen we misschien nog wel vergeten,
maar nooit je vrolijkheid,
nooit hoe blij je altijd was!
Bassebas, o Bas, o Bas!


 
 

Helden

In geen wegen of velden
vindt men nog helden.
In geen velden of wegen
komt men nog helden tegen.
Iemand is nu een held, 
                              die durft te zeggen:
“Ik heb te vaak gezwegen!”


Fluitenberg voorjaar 2001

 
 
 

De Krim  1999
Verloren schoonheid.

Ik ontwaak.
De nacht is al in fel gevecht gewikkeld met het ochtendgloren.
Er wordt een nieuwe dag geboren.
De merel heeft als taak
de voorzang van de vogelkoren.

Een dag
zo mooi geboren, begeleid met zang van al die dieren,
wordt door ons mensen weer verkracht
Moord en haat en onverdraagzaamheid zal ook deze dag weer zegevieren;
zoals verwacht.

Het ochtendgloren
geschapen om teder te ontwaken
gaat nu al gauw verloren
in plicht en regels en onzinnig opgedragen taken.
En god?
Hij dwingt de mensen tot onverdraagzaamheid
tot onderlinge haat en strijd
om zo elkaar het leven zuur te maken!


 
 
 
 

Op leven en dood.

In vergelijking met
de dood
is dit leven
slechts
heel even!
Waarom verdriet
in het leven
om de dood?
Geniet!
Het kan maar even!





 
 
 




Alleen.

Waarom ben je zo ver
als ik probeer
dicht bij je te zijn?


 
Wie lacht en danst en vrolijk is;
heeft vele vrienden, dat ‘s gewis!
Een zeurder of een chagerijn;
zal echter veelal eenzaam zijn!


 
 
 

Te laat

Één november was reeds lang voorbij
toen vloog er mij
een bij voorbij.

Het was mooi weer
dus dacht die bij
vast dat hij
vloog in mei.
en ging opzoek, heel blij
en opgewekt
naar bloemen in de wei.

Geen bloempje meer te vinden
dus vloog hij
verdrietig
weer terug langs mij.
Om weg te kruipen diep in de hei
en te slapen heel de winter lang
om zo te wachten op een beter tij
uit angst voor wat er nu weer kwam.
De eerste vlokken, ‘t is nu al gebeurd,
vallen.
Morgenvroeg is de wereld
voor de eerste keer dit jaar
dan toch weer wit gekleurd!


 
 
Begrepen worden; begrepen woorden.

Tussen begrepen woorden en begrepen worden
zit een vreselijk groot verschil
tegen de pijn van onbegrip en onbegrepen woorden
maakt niemand ooit een pil.

Zijn je woorden onbegrepen?
Geven je daden enkel onbegrip?
Dat scheurt je leven dan in repen
dat lijkt het einde van je strip!

Begrepen worden en begrepen woorden
geven echter altijd weer een goed gevoel
ze zijn bij ieder in het leven de akkoorden
mooi en zacht en zwevend zwoel!

Had ik echter de woorden maar begrepen van mijn vriend
en wat begrip gehad voor die vrouw op het station
Dan had ik nu de tranen niet om hen gegriend.
Dan wist ik zeker dat ik vol vertrouwen onbegrepen verder leven kon.


Westerbork 1972

 
 
 
 


Samenspel

Kom jij op mij,
Kom ik in jou.
Kom je?
Kom jij?.
Ik kom!




 
 
Had ik
het verstand van een paard;
de slimheid van een vos;
de trouw van een hond
en het geduld van een ezel,
dan was ik zeker een beter mens.






Kunst is zichtbaar gemaakt egoisme. Je maakt het voor een ander, maar vindt het zelf het mooist.




Wapens geven werk. Maar wie werkt heeft geen wapens nodig!

Angst voor oorlog komt voort uit wantrouwen in onszelf






Politiek is handel in menselijk geweten!
Delegeren is ambtelijke taal voor afschuiven en daarmee de sleutel tot nietsdoen!





Er is niets irritanter dan een ambtenaar, die probeert zijn hersens te laten werken!




Eelt is zichtbaar geworden zwoegen!

Het uiterlijk van de kist maakt alleen het verschil. De stank van de inhoud is bij ieder gelijk!






In de hele wereld is geen groter optimist als ik. Jammer dat ik zo klein ben!
De meeste mensen zijn kunstzinnige architecten in het bouwen van luchtkastelen!





De beste volgelingen van Christus vind je niet in de kerk!


Wie liefde en verdraagzaamheid zaait, kan vrede en vriendschap oogsten!





Als men ooit de ware god zou vinden, is men te vermoeid erin te kunnen geloven!
Ken je zwakheden, dan sta je sterk!





Tussen samen werken en samenwerken gaapt vaak een onoverbrugbare kloof!







 
naar 
Tuinvlinder (home)
Home 
"Gedichten Hilde"
naar: 
  Sterren in het Zonlicht


via mail op homepagina