|
Een troep
kraaien
was als pubers
met veel lawaai
aan 't dollen en het
razen.
Maar als zo vaak
ook dit keer hier
eindigt plotsklaps
het overmoedige plezier
en wordt de kraaienmars geblazen!
|
Een
hagedis
keek vanaf een hete
zondoorstoofde steen
vol
jaloezie naar een vis
in 't koele water
en even later,
zonder
verder na te denken,
sprong hij meteen.
Direkt voelde hij zich
al een ander
en noemde zich vanaf die tijd
salamander.
|
Kom
hier, kom hier!
riep
moeder mier
Kom hier en
laat dat dier
Het is geen
koe, het is een stier
en
die is veel te gevaarlijk
voor
een rode mier!
|
|
Ik
wou", zo sprak een dikke wijze slak,
"Ik
wou dat ik het kon rooien
om
zoutzuur bij de mensen op hun kop te strooien"
|
Een
vrouwtjes uil uit t' donkere bos
wou met een kanarie Piet gaan
stappen
eenmaal los
vloog hij mee naar 't bos
om daar een
uil te knappen.
|
Een ritnaald
wilde als coupeuse bij gaan
klussen.
Echter
eerst raakte ze verdwaald
in 't speldenkussen.
Vervolgens bovendien
toen ze de draad door 't oog
heenhaalde
kon ze geen steek meer zien!
|
Een apenechtpaar,
lang geleden,
had een kinderwens.
Helaas
hun kind werd zwaar gehandicapt
en bijna zonder haar geboren.
De droeve ouders
bang het ras te verstoren
noemden hem toen
mens.
|
De
leeuw brult flink:
"Net als heel mijn familie
heb ik een
grote bek,
dus stem ik links!”
De ijsbeer mompelt achter in
de keel
kucht en kijkt eens rond:
"Ik houd van uiterlijke
schijn
met pracht en praal;
al als kind, 't is
krimmeneel,
draagt mijn familie bont!
Dat is de reden dat
ik,
zo lang ik leef,
aan rechts mijn voorkeur geef!"
|
“Mijn
zoon” zegt vader mug,
“Kijk! Vlug!
Die man daar aan de overkant,
pas daar voor op!
Die maakt altijd van een mug een
olifant!”
|
|
Meneer de Haan is opgepakt.
Hij stond voor 't raam
van de poelier
al vele uren
met vreselijk veel plezier
naar naakte kippetjes te gluren!
|
Een
ooievaar stond op een poot
uren voor zich uit te turen.
Hij
dacht diepzinnig over 'later';
over 't leven en de dood.
Ineens
dacht hij: "'t is gek.
Als ik nu mijn ander poot intrek,
dan
donder ik in 't water!"
|
Een
koekoek legt haar ei
in een nestje in het riet.
Als het jong
tevoorschijn komt
denkt hij:
"ben ik nu een karekiet,
of
niet?"
|
Een lintworm en
een egel
bedrijven, tegen elke regel,
de huwelijkse daad
en
zoals dat altijd gaat
met, ditmaal een verbazend, resultaat
van
50 meter prikkeldraad.
|
Een
spinneman heeft heel brutaal
en onverwacht
een spinnevrouw in
eigen web verkracht.
Tot slot van dit verhaal
werd, geheel
terecht,
spinneman het hoofgrecht
van spinnevrouw haar
avondmaal!
|
Een
eendagsvlieg,
bijna aan het einde van de dag
kon niets
beginnen;
omdat hij geen enkel vrouwtje zag
had hij niets om te
beminnen.
Oververmoeid streek op een spiegel neer
dan als een
wonder
zag hij een andere vlieg van onder
met een hese stem,
vol emotie
zei hij: "zullen wij dan samen maar een keer?"
|
|
"Ben
jij wel een 'echte' kerel?
Wat ben jij voor een vent?"
Krijst
en scheeuwt mevrouw merel.
"hoe kun je nu vrijen met een Jan
van Gent?"
|
Een
paard kreeg ooit als straf
bij elke keer onaagepast gedrag
een
witte streep op 't lijf.
Hij trok er zich niets van
aan,
eigenwijs, zoals hij was
liep hij steeds weer uit de
pas;
zo is dus streep voor streep
de eerste zebra toen ontstaan.
|
In
't grote bos is beroering ontstaan
meneer de Vos was naar meneer
pastoor gegaan
om met passie te gaan preken.
Broeder Haas, als
oprecht gelovig man,
was er te biecht gegaan.
Toch is weer
duidelijk gebleken
een vos verliest misschien wel zijn haar
maar,
zelfs hier, niet zijn streken.
|
Een roodborstje zat op een tak
vrijpostig met haar borst te
pronken.
Een brutale mus op de nok van 't
dak
zat naar al dat moois te lonken
en vroeg met druk gekwetter
eigenwijs
" He schoonheid, wat is je
prijs?"
|
Een
rijkbesnorde Amerikaan
spoelde,
na lang zwemmen, uitgeput en
moe,
op een wal in Rusland aan.
"Dit is iets dat ik nooit
meer doe!"
Dus
naturaliseerde hij zich tot walrus!
|
Een koe stond aandachtig te kijken naar een stier
en dacht:
“Wat ben jij toch een lelijk
dier!
Een macho opgefokte reus,
met een veel te grote piercing
door je neus!”
|
|
“Die
jeugd van tegenwaardig!”
roept
pitbul-vader diep ontdaan.
“Komt
mijn zoon, die zijden sok!
Met
een tekkelvrouwtje aan!”
|
Ik
heb mijn vleugels om te vliegen
om
te schitteren in de lucht
om
te dansen, om te wiegen
om
te fladderen, om te glijden
in
mijn dwarrelende vlindervlucht!
|
Co Bra was in zijn jonge jaren
driftig, snel aangebrand en
overstuur
uit louter woede spuwde hij dan
vuur.
Eenmaal ouder
nog steeds voor niets en voor
niemand
bang
wel veel rustiger en wijzer
kreeg hij een baan als
brandweerslang.
|
|
Een
mees, dol op rottend gistend fruit,
vloog niet meer geheel
rechtuit.
Na de klap is't altijd zo gebleven
en moet hij als
PIMPELmees voortaan
met een blauwe kop door 't leven.
|
"Luister
nu toch even wat je zelf zegt!"
klopt driftig meester
specht.
" 'hij wordt' is
met een d en met een
t,
dat is niet één klop op je tak,
maar twee!"
|
Het
is niet pluis
bij Bruin de Beer in huis.
Vrouw Beer huilt
bitt're tranen
"De was, de afwas alles laat je staan!
Niets
heb je nog gedaan!
Ik verdwijn! Dat komt er van!
Ik ga op zoek
naar een wasbeerman!"
|
Een
paling zag een dikke vrouwtjes glibberaal
zijn hart sloeg drie slagen over
de glibberaal glimlachte wat loom
toen ontwaakte de palingman
het bleek een palingdroom!
|
|
|